1 februari 2005 heeft dhr. M van Hulten een aantal stellingen neer gezet om gratis openbaar vervoer te bepleiten. Graag willen wij deze punten nog eens onder de aandacht brengen.


S T E L L I N G E N     ‘Gratis’ Openbaar Vervoer (GOV) 

  1. Tweederde deel van alle kosten van het Openbaar Vervoer (OV) wordt al betaald uit de algemene middelen, dat wil zeggen betaald door alle belastingbetalers samen. Waarom dat laatste eenderde deel niet? Ook als dat wel gebeurt en iedereen meebetaalt, mag toch iedereen blijven kiezen voor autorijden maar weet wel dat hij/zij al betaald heeft voor het OV.

  2. Het is onzin verstokte automobilisten ‘om niet’ de reserve-capaciteit van het OV beschikbaar te stellen voor die enkele keren dat zij geen gebruik kunnen of willen maken van hun eigen auto. Daarom moeten ook zij betalen.

  3. Tegenstanders van GOV stellen veelal dat reizigers best willen betalen voor goed openbaar vervoer. Zij stellen dan ook dat de frequenties, aantallen haltes en lijnen, voertuigen, wachtruimtes, wachttijden  en overstaptijden moeten verbeteren. “Dan komen de reizigers wel en betalen voor die uitstekende service een hogere prijs.” In de ‘vervoersmarkt’ zou dan zelfs geld verdiend kunnen worden. Zij vergeten dat voor zulke verbeteringen veel geïnvesteerd moet worden (voertuigen en infrastructuur), ook de functioneringskosten (meer personeel) stijgen aanzienlijk. Het reisbiljet wordt dus aanzienlijk duurder. Gevolg: reizigers haken af.

  4. De feitelijke ontwikkeling is dat het kabinet steeds minder wil betalen voor het OV. Tijdens Balkenende 2 zal er 175 miljoen minder gaan naar het regionale en lokale OV, dat betekent sluiten, inkorten (eufemistisch genoemd ‘strekken’) van lijnen, verminderen van halteplaatsen, later op de dag beginnen, eerder op de dag eindigen, minder voertuigen, minder personeel. Dalende kwaliteit.
    Desondanks gaat in absolute zin, maar ook relatief, de prijs van de kaartjes meer omhoog dan de geldsontwaarding en dan de kosten van het auto rijden. Daardoor gaan meer OV-reizigers dan toch maar een auto kopen, met minder reizigers als gevolg, waardoor voor de anderen de prijs van de kaartjes nog meer omhoog moet om de doelstelling van bezuiniging van 175 miljoen te kunnnen halen.

    Mijn stelling is dat het huidige beleid onvermijdbaar leidt tot steeds verdere afbraak van het OV. Op het platteland verdwijnt het, in de stad wordt het uitgedund.

  5. Het OV kan alleen in stand blijven als allen meebetalen. Het is onontbeerlijk in onze ruimtelijke samenleving. Het maakt alle reisdoelen bereikbaar ook voor dat kwart van onze huishoudens dat geen auto heeft, alsmede voor het tweede kwart van onze huishoudens waar de auto ’s morgens met de ‘kostwinner’ weggaat en de ‘groene weduwe’ met kinderen thuis laat zonder transport anders dan het OV. (En dan moét moeder wel met kinderen voorop en  achterop, een tas van C&A links en een tas van AH rechts aan het stuur het verkeer in!).

  6. Het OV wordt meer en meer noodzakelijk in samenhang met de vergrijzing. Steeds meer mensen zullen in de naaste toekomst niet meer auto kunnen rijden. Hun sociale vereenzaming kan worden tegengegaan door royalere kansen te bieden op OV.

  7. GOV is niet zozeer een verkeersmaatregel als wel een onderdeel van sociaal beleid. Het leidt tot herverdeling en biedt extra kansen aan hen die nu vereenzamen en verarmen, in het bijzonder ouderen, gehandicapten en kinderen.

  8. GOV kan zonder extra kosten worden ingevoerd als in eerste aanleg dit wordt beperkt tot gehandicapten, ouderen en kinderen na 09.00 uur. Zij doen niets anders dan opvullen van zitplaatsen die anders leeg rondrijden.

  9. Wat kost het?
    Medio 2001 begon in Apeldoorn een tariefexperiment: lagere tarieven en een hogere frequentie veroorzaakten samen 20 procent reizigersgroei. Kosten 4 euro per inwoner per jaar. Haarlem rekende uit dat invoering van een één-euro-tarief 17 tot 25 procent reizigersgroei zou opleveren. Kosten per inwoner ongeveer €3,70 tot €4,70 per jaar.

  10. GS Zeeland heeft in 2004 laten uitrekenen wat ‘gratis’ openbaar vervoer voor iedereen op alle Zeeuwse bussen zou kosten. In totaal 10,2 miljoen euro per jaar. Provinciale Staten vond dat te duur. Hoe duur was het eigenlijk? Niet meer dan 27 euro per Zeeuw per jaar, een dubbeltje per werkdag. Als alle toeristen hadden moeten meebetalen, dan had dat per toeristenovernachting 40 cent gekost.
    De kosten van alle OV in Zeeuws-Vlaanderen inclusief de lijnen 20 en 50 bedragen 4.400.000 euro per jaar. Per Zeeuwsvlaming 40 euro per jaar, nog geen euro per week! En als elke Zeeuwsvlaming bereid zou zijn twee euro’s per week te betalen dan kan het hele huidige OV in Zeeuws-Vlaanderen weer verdubbeld worden.

  11. Tenslotte: we zullen wel moeten!
    Overal waar nu 2 auto’s rijden en parkeren, zullen er dat over 15 à 20 jaar 3 zijn. Waar zullen die rijden en parkeren? Tussen 1993 en 2003 daalde de aanwezige weglengte per auto in Nederland van 17.5 naar 15,5 meter, dit ondanks nieuw gebouwde ruim 12.000 km weg. Als we op 17,5 meter per auto hadden willen blijven, dan had er 17.000 km weg meer gebouwd moeten worden. Per jaar 1.700 km. Per km voor een prijs van € 4 miljoen, in totaal per jaar € 6.8 miljard.
    Mijn stelling is dat niemand dat extra op de rijksbegroting wil hebben.

(Terneuzen, M. van Hulten)

 

www.gratisopenbaarvervoer.nl