Vragen over aardgasloze Nieuwbouw

Afgelopen mei heeft Natuur&Milieu het rapport “Aardgasloze Nieuwbouw” gepubliceerd. Een onderzoek waaruit bleek dat 64% van de nieuwbouw in Nederland nog steeds de achterhaalde gasaansluiting krijgt. Maar hoe staat de gemeente Terneuzen ervoor? Tijd voor schriftelijke vragen.

In de komende vijf jaar zullen naar verwachting ruim 230.000 nieuwe woningen in Nederland worden gerealiseerd. Indien deze allemaal op een duurzame wijze - zonder aardgas – verwarmd worden, zal dit jaarlijks ongeveer 230 miljoen m3 aardgas besparen. Dit komt neer op 410 duizend ton CO2 die jaarlijks niet wordt uitgestoten. Momenteel laten de plannen echter zien dat bijna 150.000 nieuwbouwwoningen alsnog gewoon met aardgas zullen worden verwarmd en minder dan 30.000 nieuwbouwwoningen all-electric zullen zijn.

Deze ontwikkelingen staan in contrast met de uitgesproken ambities van o.a. onze gemeente Terneuzen.

Nu geeft Natuur&Milieu gelijk ook aanbevelingen richting de overheid naar aanleiding van dit onderzoek. Momenteel zit er nog weinig schot in het uitrollen van aardgasloze nieuwbouw, terwijl juist dit deel van de gebouwde omgeving met relatief weinig inspanning aardgasvrij kan worden gemaakt. De volgende aanbevelingen zijn er op gericht om te zorgen dat deze logische eerste stap gezet wordt, zodat Nederland zijn CO2-uitstoot omlaag brengt en geen onnodige maatschappelijke kosten maakt.

Bijvoorbeeld het schrappen aansluitplicht, de huidige aansluitplicht voor netbeheerders leidt er toe dat gemeenten strikt genomen geen all-electric nieuwbouwwijken kunnen afdwingen. Juist voor nieuwbouw is dit woningtype in bijna alle gevallen de meest duurzame en financieel aantrekkelijkste keus. Zowel vanuit de gemeenten als de net-beheerders en de grote projectontwikkelaars wordt de roep steeds sterker om de aansluitplicht op gas aan te passen of te schrappen. Een recht op warmte is meer van deze tijd dan een recht op een specifieke brandstof.

In ieder geval reden voor GroenLinks Terneuzen om aan het college van Burgemeester en Wethouders te vragen, hoe zij tegenover het onderzoeksrapport staan.