Naar aanleiding van de mogelijke sluiting van het Bureau Belgische Zaken, heeft de fractie van GroenLinks Terneuzen de onderstaande open brief van de fractie PvdA uit dezelfde plaats onverkort door verstuurd naar de Tweede Kamer fractie van GroenLinks.
Open brief PvdA
Beste collega raadsleden,
Op 6 april jl. heeft de 2e kamer der Staten Generaal met minister Kamp (VVD, Sociale Zaken) gediscussieerd over de bezuinigingen op het Bureau Belgische Zaken. De minister houdt tot op dit moment vast aan het sluiten van Bureau Belgische Zaken.
Hij stelt dat een website het persoonlijk advies van de BBZ medewerkers kan vervangen.
Zoals u weet werken er in Zeeuws Vlaanderen m.n. in de zorg en in de chemie een groot aantal Belgische mensen. Door de krimp en de uitbreiding van o.a. de tuinbouw zal er steeds meer behoefte zijn aan personeel uit België. Omgekeerd werken er ook Zeeuws Vlamingen in Vlaanderen o.a. bij Sidmar en Volvo. Dat over de grens werken erg complex is en niet afgedaan kan worden met een website mag blijken uit een inventarisatie van knelpunten die door mijn partij is uitgevoerd.
Hier onder treft u een opsomming van de knelpunten.
Op 16 april a.s. gaat het debat in de 2e Kamer met de minister verder en ik wil u dan ook oproepen er bij uw partijen in de 2e Kamer er op aan te dringen dat behoudt van Bureau Belgische Zaken van groot belang is voor Zeeuws Vlaanderen en de grensregio. M.n. de regeringsverantwoordelijke VVD en CDA roep ik op om te pleiten voor behoudt van Bureau Belgische Zaken.
Mogelijk gaat de discussie in de 2e Kamer naar het verplaatsen van de informatie verstrekking van BBZ naar de grensgemeentes. De directeur van BBZ de heer Kees Westrik zinspeelde daar al op in een bijeenkomst met zijn personeel. Op zich hoeft daar niets mis mee te zijn, maar de afgelopen tijd worden er veel zaken vanuit de centrale overheid neergelegd bij de gemeentes zonder dat daar goede adequate financiële middelen tegen over staan.
Nu BBZ afbreken en het daarna weer regionaal de kennis opbouwen is zeer onverstandig. Als men toch voor deze variant kiest, dan BBZ in stand houden tot er lokaal de zelfde kennis is opgebouwd.
Nog beter is BBZ in de huidige vorm behouden.
Dat er behoefte is aan deze dienst mag blijken uit het feit dat er de komende week 11 mensen op het spreekuur komen dat regelmatig wordt gehouden op het WSP in Terneuzen.
Ik hoop dat ik op u mag rekenen.
Met vriendelijke groet,
Namens de fractie van de PvdA in ge gemeente Terneuzen
Gijs van den Berg,
fractie voorzitter
Voorbeelden.
1)
Cliënt woont in Nederland, werkt deeltijds in België, in de Horeca. Daarmee verdient ze een salaris ver onder het Nederlandse minimum. Ze krijgt dan ook een aanvulling op haar inkomen van de sociale dienst van haar woonplaats. Omdat ze die krijgt, wordt er over die uitkering een inhouding gedaan voor de Nederlandse zorgverzekeringswet. Ze wordt opmerkzaam gemaakt op de Zorgtoeslag. Ze vraagt die aan, en krijgt die. Ze ontvangt nu eenmaal een Nederlandse bijstandsuitkering.
- Cliënt is Belgisch sociaal verzekerd. De procentuele inhouding Zvw op de bijstandsuitkering is niet terecht. De uitgekeerde zorgtoeslag is niet terecht en moet worden terugbetaald (van haar toch al karige inkomen).
- Cliënt heeft een broze gezondheid en is vaak ziek. Ze krijgt dan over haar karige Belgische inkomen een ziektewetinkomen (55%).
- Cliënt bouwt een karig pensioentje op in België (inkomensgerelateerd), en over die jaren loopt ze straks inkomen mis.
2)
Cliënt is fysiotherapeut in Zeeuwsch Vlaanderen. Zijn echtgenote werkt in België (in loondienst!) bij het OCMW, maar helpt haar echtgenoot in de praktijk en ontvangt daar een vergoeding voor. Dat inkomen wordt in Nederland aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden. België ziet dat dan als inkomen als zelfstandige.
Artikel 14 quater onder A van de Eg-verordening 1408/71 stelt in dit geval dat mw. over haar wereldinkomen premieplichtig is in België. De accountant was een andere mening toegedaan, en heeft mw. nooit aangemeld in België. Nu vraagt België met de maximale terugwerkende kracht premies SV aan mevrouw.
3)
Cliënt woont in België en heeft een bouwbedrijf in Nederland (eenmanszaak). Op advies van zijn accountant start hij een BVBA in België. Hierdoor is hij in 2 landen werkzaam als zelfstandige, en op grond van artikel 14 bis Eg-Verordening 1408/71 Belgisch sociaal verzekerd. Inmiddels is 883/04 van toepassing, en kan betrokkene om toepassing van die verordening vragen. Dat kan leiden tot toepassing van een andere nationale wetgeving. Keuze is eenmalig. Maar, tot 1-5-2010 is 1408 van toepassing en tot die datum is er sprake van Belgische sociale verzekering.
Tot 1-5-2010 wil België graag premies voor de sociale verzekeringen zien. Betrokkene heeft aangifte gedaan in Nederland, en heeft daar al premies betaald, met toepassing van alle heffingskortingen. Betrokkene ontvangt al wel Belgische kinderbijslag en is in België verzekerd voor ziektekosten. Er is in Nederland een aanvraag gedaan om zorgtoeslag.
4)
Betrokkene woont in Nederland, en heeft gedurende lange tijd in België gewerkt. Voor zijn Belgische werkgever heeft hij ook in Marokko gewerkt. Die Marokkaanse periode is nergens te vinden en levert dan ook geen pensioenrecht op.
BBZ spoort Marokkaanse periode op, om Belgisch pensioen te vervolledigen.
5)
Betrokkene werkt bij een bedrijf in Nederland. Dat bedrijf verplaatst zijn vestiging naar België, en na een paar jaar heft het zich op. Betrokkene heeft nu keuze:
- Nederlandse WW,
- brugpensioen,
- vervroegd pensioen,
- leven van ontslagvergoeding.
Voordelen/nadelen afwegen.
6)
Betrokkene woont in België en heeft in Nederland gewerkt. Overlegt loonstroken en jaaropgaven. In administratie van SVB is betrokkene niet bekend.
BBZ zoekt uit hoe zijn arbeidsverleden er uit ziet, en geeft aan SVB door dat betrokkene in Nederland sociaal verzekerd is geweest (en dus AOW-rechten heeft opgebouwd).
7)
Directeur in loondienst in Nederland, zaakvoerder in België. In Nederland is er sprake van loondienst, in België wordt betrokkene aangemerkt als zelfstandige. Feitelijke situatie is dat betrokkene vanuit Nederland (loondienst) wordt tewerkgesteld in België om daar ook weer als loontrekkende werkzaamheden als manager te verrichten. Kwalificatie in België berust op spraakverwarring/onbekendheid. BBZ rectificeert deze situatie, bevordert een e101/A1 en zorgt dat onverschuldigde betaalde premies worden terugbetaald.
8)
Betrokkene (Nederlander) woont in België en heeft zijn hele leven in Nederland gewerkt. Hij is niet op de hoogte van het zgn. grensarbeiderspensioen, zelfs de Belgische instanties geven dat niet aan. Als hij er (na tussenkomst van BBZ) om gaat vragen, krijgt hij als antwoord dat hij daar als Nederlander geen recht op heeft.
9)
Betrokkene woont in Nederland, werkt in België. Hij wil graag gebruik maken van het brugpensioen. Zijn werkgever stelt doodleuk dat dit voor Nederlandse grensarbeiders niet kan, omdat de werkgever niet weet waar en hoe de premies moeten worden afgedragen. Slot van het liedje: collega’s gaan met brugpensioen, Nederlandse grensarbeiders moeten doorwerken tot 65.
Aflevering: ontslagvergoeding en sociale verzekering
"Mijn Belgische werkgever heeft mij op 1 september 2009 ontslagen met een ontslagvergoeding voor twee jaar en tien maanden. Over de vergoeding heb ik in België premie betaald. In april 2010 zegt mijn Belgische ziekenfonds dat ik vanaf de ontslagdatum niet meer bij hun verzekerd ben. Hoe kan dat nou? Ik heb toch in België premie betaald? Krijg ik daar dan niks voor terug? En hoe zit het dan met mijn pensioenrechten?"
De klant woont in Nederland. Hij heeft zijn vraag al bij heel wat organisaties gesteld: CZ, zijn ziekenfonds in België, Sociale Verzekeringsbank (SVB), Belastingdienst, Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) en Rijksdienst voor pensioenen (RVP). Hij krijgt tegenstrijdige antwoorden en daardoor het gevoel dat er iets niet pluis is. Wel premie betalen, maar geen rechten. De klant is boos.
Ik kan me de frustratie van de klant zeker voorstellen. Het komt helaas vaker voor dat (oud) grensarbeiders niet de juiste informatie krijgen. Zo kreeg deze klant van zijn zorgverzekeraar CZ te horen dat hij een WW-werkloosheidsuitkering bij UWV moest aanvragen. Anders kon hij geen zorgverzekering krijgen. Dat hij als zo snel uit Nederland een werkloosheidsuitkering kon krijgen, was niet bij de klant opgekomen. Hij had toch een ontslagvergoeding voor vele maanden gekregen? Na de aanvraag bij UWV in april 2010 blijkt de klant vanaf 1 januari 2010 een WW-uitkering te krijgen. Maar UWV legt ook een maatregel op. Dat is een tijdelijke verlaging van de uitkering. Klant had een aanvraag moeten indienen na de Nederlandse opzegtermijn, in zijn geval uiterlijk vier maanden na de ontslagdatum.
In welk land is deze klant nu sociaal verzekerd vanaf de ontslagdatum? Welk land mag socialezekerheidspremies heffen? In welk land krijgt hij socialezekerheidsrechten?
In België: geen verzekering voor medische zorg, wel opbouw rustpensioen
Het terugvorderen van de in België betaalde RSZ-bijdrage blijkt al snel geen haalbare kaart. De werkgever moet deze bijdrage volgens de Belgische regels verplicht inhouden op de ontslagvergoeding. In de Administratieve Commissie is door de EU-landen ook afgesproken dat het land van de ontslagvergoeding bevoegd is om socialezekerheidspremies te heffen. Ook al is de ontvanger van de ontslagvergoeding op het moment van de betaling sociaal verzekerd in een ander EU-land.
Maar klopt het dat de klant geen rechten terugkrijgt voor de betaalde RSZ-bijdrage? Ja en nee.
Inderdaad blijkt de klant vanaf de ontslagdatum geen vergoeding van zijn Belgische ziekenfonds meer te kunnen krijgen voor eventuele medische zorg in België. Zijn ziekenfonds schreef hem vanaf die datum uit als rechthebbende. Daarbij ging het ziekenfonds uit van het standpunt van RSZ. Volgens RSZ kan de socialezekerheidswetgeving van België niet meer van toepassing zijn na de ontslagdatum. De arbeidsovereenkomst is op die datum namelijk beëindigd.
Maar de klant bouwt over de periode van de ontslagvergoeding wel rustpensioen op. In de pensioenwetgeving van België is namelijk geregeld dat het tijdvak waarover iemand een ontslagvergoeding krijgt, is gelijkgesteld aan een tijdvak van arbeid. RVP bevestigt dat de klant de pensioenopbouw in de periode van de ontslagvergoeding ook daadwerkelijk krijgt uitbetaald. Dat de socialezekerheidswetgeving van België in deze periode niet van toepassing is, is niet relevant voor pensioenrechten.
In Nederland: verzekering voor medische zorg, opbouw van AOW-pensioen
Standpunt van SVB is dat klant vanaf de ontslagdatum in Nederland is verzekerd voor de volksverzekeringen AOW, Anw en AWBZ. Klant woont in Nederland en werkt niet meer buiten Nederland. Hij is dus verzekerd op grond van één van de hoofdregels: inwoner zijn van Nederland. Dit klopt ook met de Europese regel voor volledig werkloze grensarbeiders. Zij krijgen de socialezekerheidsrechten van het woonland.
Klant bouwt dus AOW in Nederland op vanaf 1 september 2009. Omdat hij is verzekerd op grond van AWBZ, is de klant ook verzekeringsplichtig voor de Zorgverzekeringswet (Zvw). Of hij wel of niet een WW-uitkering uit Nederland krijgt, is dus niet relevant. Klant moet vanaf ontslagdatum een gewone zorgverzekering afsluiten. Dat heeft hij ook gedaan bij CZ. Maar hij had ook kunnen kiezen voor een andere zorgverzekeraar.
Premieheffing in België en Nederland
De klant is in de periode van de ontslagvergoeding sociaal verzekerd in Nederland. Nederland mag socialezekerheidspremies heffen over de werkloosheidsuitkering uit Nederland. Nederland mag geen premies heffen over de ontslagvergoeding.
In België is in de periode van de ontslagvergoeding geen sprake van sociale verzekering. Maar België mag toch socialezekerheidsbijdragen heffen over de ontslagvergoeding. Deze bijdrage van 13,07% op de ongemaximeerde ontslagvergoeding is een fors bedrag. Voor deze bijdrage krijgt de klant uitsluitend rustpensioen terug.
Eindelijk een antwoord!
Het gaat in dit dossier om een ingewikkeld samenspel van Nederlandse, Belgische en Europese regels. Verschillende organisaties moesten een standpunt innemen over de verzekeringsplicht en -rechten. Pas na heel wat e-mails, telefoontjes en brieven kan ik de klant antwoord geven op zijn vragen. Hij is blij dat zijn rechten nu duidelijk zijn. Hij blijft het vreemd vinden dat hij geen volledige rechten in België krijgt terwijl hij wel een volledige RSZ-bijdrage betaalde.